terugkeren>>

Gezinsbeleid heeft te veel Zweedse trekken

7 augustus, Gereformeerd Dagblad

De regering moet de wissel omzetten met betrekking tot het gezinsbeleid. Nu is het te veel gericht op de arbeids­participatie van de vrouw, stellen Jaco van den Brink en Jan Schippers. Dinsdag presenteert het Wetenschappelijk Instituut SGP –waar beiden werkzaam zijn– de notitie ”De staat achter de voordeur?! Overheidsinvloed op het gezin in internationaal perspectief”.

Dat een samenleving baat heeft bij goede gezinnen, behoeft nauwelijks betoog. De vraag is of en op welke manier de overheid kan zorgen voor goede gezinnen. Het kabinet stelt zich daarbij hoge ambities.

Het is interessant om op excursie naar het buitenland te gaan om te bezien hoe andere westerse landen deze vragen beantwoorden. Vervolgens is na te gaan hoe het Nederlandse beleid zich daarmee verhoudt. Het Wetenschappelijk Instituut SGP bespeurt in Nederland een tendens in de richting van de Zweedse werkwijze, waarbij de staat een grote rol vervult. Is deze tendens positief voor gezinnen?

Het gezinsbeleid in de meeste westerse landen kan ruwweg worden ingedeeld aan de hand van drie modellen. Zo is er het sociaaldemocratische model, waarvan vooral Zweden een goed voorbeeld is. Verder het liberale model, waarvoor de Verenigde Staten representatief zijn, en ten slotte het corporatistische model, dat in bijvoorbeeld Duitsland wordt toe­gepast.

Vertrouwen

In het sociaaldemocratische model gaat de nadruk op individuele ontplooiing gepaard met groot vertrouwen in de overheid. Een belangrijk kenmerk van sociaaldemocratische maatregelen is dat die universeel zijn: ze richten zich op alle burgers en zijn niet gericht op specifieke problemen bij specifieke groepen.

Zo stimuleert de Zweedse regering met uitgebreide regelingen voor ouderschapsverlof en financiering van kinderopvang dat moeders veel betaald werk verrichten. Het welzijnsbeleid met betrekking tot het gezin richt zich op alle kinderen. Zo krijgt elk Zweeds gezin te maken met voorlichting over opvoeding van overheidswege.

Het liberale model kenmerkt zich juist door wantrouwen jegens de overheid en een groot vertrouwen in de vrije markt. In de Verenigde Staten is het beleid er dan ook op gericht dat gezinnen zo min mogelijk afhankelijk zijn van overheidssteun.

Het beleid volgens het liberale model kent vooral specifieke maatregelen, bijvoorbeeld om armoede te bestrijden. Het welzijnsbeleid met betrekking tot gezinnen is vooral voorwaardenscheppend: de overheid coördineert de aanpak en laat veel over aan particuliere instellingen.

In het corporatistische model ten slotte ligt de nadruk op het beschermen van instituties als het gezin. In corporatistische landen is er vaak een afgewogen mix van universele en specifieke regelingen ten behoeve van gezinnen. Zo faciliteert de Duitse regering kostwinnersgezinnen door een financiële tegemoetkoming wanneer een van de ouders niet of weinig buitenshuis werkt, maar zich aan de opvoeding van de kinderen wijdt. Het welzijnsbeleid in Duitsland richt zich op gezins­verbanden en heeft vooral een voorwaardenscheppend karakter: particuliere instellingen spelen een belangrijke rol en de overheid treedt waar nodig aanvullend op.

In de visie van de SGP is het gezin een zeer belangrijk instituut dat zonder meer bescherming verdient van overheidswege. Daarom dient overheidsbeleid zich niet te richten op het individu, maar op het gezin als sociale eenheid. Tegelijk moet ervoor worden gewaakt dat de overheid te diep in de sfeer van het gezin ingrijpt.

Van belang is ook dat het particulier initiatief de ruimte krijgt. De samenleving is niet maakbaar en daarom moet de overheid zich bewust zijn van haar beperkte mogelijkheden.

Op grond van deze visie geniet een corporatistisch gezinsbeleid de voorkeur. In een dergelijk beleid worden gezins­verbanden het beste beschermd, zowel door middel van financiële regelingen als door welzijns­beleid. Hiermee is niet gezegd dat dit model kritiekloos overgenomen kan worden. Zo is de SGP wars van bevolkingspolitiek gericht op een hoger geboortecijfer, zoals Duitsland en Frankrijk die momenteel voeren.

Een gezins- en kindvriendelijk beleid brengt overigens wel mee dat de overheid geen belemmeringen opwerpt voor het krijgen van kinderen. Met het oog op een evenwichtige demografische ontwikkeling is het niet verstandig om moeders praktisch te dwingen tot het verrichten van betaalde arbeid. Onderzoek laat zien dat dit ontgroening en vergrijzing juist in de hand werkt, omdat jonge echtparen het krijgen van kinderen uitstellen.

Bemoeienis

Het Nederlandse gezinsbeleid werd over het algemeen ingedeeld bij het corporatistische model. De laatste jaren is er sprake van een toenemende overheidsbemoeienis met het gezinsleven. Ook het kabinet-Balkenende IV richt zich op (het stimuleren van) individuele ontplooiing en een hogere arbeidsparticipatie. Daardoor vertoont het beleid steeds meer sociaal­democratische trekken. Dat is een zeer ongunstige ontwikkeling voor het gezin.

Neem bijvoorbeeld de beoogde toename van arbeidsparticipatie door vrouwen. Met fiscale regelingen maakt de overheid het voor gezinnen heel moeilijk om te kiezen voor het kostwinnersmodel. Prof. J. Teunissen (Open Universiteit Heerlen) berekende onlangs dat gezinnen met één inkomen tot 84 procent meer belasting betalen dan twee­verdienersgezinnen. In de nabije toekomst neemt dit verschil toe tot 119 procent. Met dank aan de regerings­coalitie van CDA, PvdA en CU.

In het welzijnsbeleid ten aanzien van gezinnen wil het kabinet het welzijn van elk kind in brede zin bevorderen. Het kan hierdoor te gemakkelijk treden in verantwoordelijkheden die verreweg de meeste ouders prima zelf kunnen dragen. Het zou goed zijn als de overheid het welzijn van kinderen meer over zou laten aan de gezinnen zelf en aan andere particuliere verbanden in plaats van aan de overheidsbureau­cratie. Dit schept tegelijk ruimte voor de overheid om een effectievere aanpak te realiseren van de meest ernstige problemen, zoals kindermishandeling en huiselijk geweld.

COMMENTAAR

We merken in België dat het gezinsbeleid ook een sociaal democratisch model aanneemt zoals het Zweedse model. Dat is heel sturend en manipulatief en heeft als voornaamste doel de vrouw op de arbeidsmarkt. We missen de vrijheid van het individu en de balans tussen welzijn en welvaart. Daarom pleit VCD voor een corporatistisch model waar particuliere instanties beschermd worden, specifieke problemen worden aangepakt en de vrije keuze tot arbeidsparticipatie van het individu wordt gerespecteerd.

De gezinseenheid moet ondersteund worden. Door het alimentatiegeld te verplichten, ondersteunt men de duurzaamheid van het gezin en wijst men de ouders op de blijvende financiële verantwoordelijkheid voor de kinderen, ook als het kind door een andere ouder wordt opgevoed. Een tweede voorstel is het gezinscoëfficiënt invoeren bij het berekenen van belastingen. Eenzijdige beloning van arbeid is manipulatief en bevordert niet de balans tussen welzijn en welvaart.

VCD gaat dus voor een corporatistisch model van het gezinsbeleid, waar de diverse private initiatieven worden ondersteund, de persoonlijke keuze van de ouder wordt gerespecteerd en specifieke problemen door de overheid worden aangepakt. Tevens vraagt VCD dat het gezin als groepseenheid wordt beschermd.