terugkeren>>

 

 

Nieuwsblad 15 juni 2009

De zin en onzin van trouwen
Acht stellingen over het financiële voordeel van huwen en samenwonen

Mensen trouwen minder snel dan vroeger. En als ze het doen, hebben ze er meestal een 'goede' reden voor. Maar wat zijn - behalve de liefde - dan goede redenen? We nemen acht hardnekkige stellingen over trouwen en samenwonen onder de loep.

1. Samenwonen is beter voor je belastingbrief

Voor uw belastingbrief maakt het in principe niet meer uit of u samenwoont of gehuwd bent. Al enkele jaren worden wettige samenwoners volledig identiek behandeld als gehuwden. En ook voor feitelijke samenwoners - die fiscaal hetzelfde statuut hebben als alleenstaanden - zijn de fiscale regels in grote lijnen dezelfde. Sinds 2005 wordt elke partner - gehuwd of samenwonend - individueel belast op zijn eigen inkomsten en heeft ook elk afzonderlijk recht op een belastingvrij basisinkomen, de zogenaamde belastingvrije som.

Toch bestaan er nog enkele fiscale verschillen.

De bijkomende 'belastingvrije toeslag voor een alleenstaande ouder met kinderlast: Alleenstaanden, en dus ook feitelijke samenwoners, met kinderen hebben recht op zo'n toeslag van 1.310 euro. Dat resulteert in een extra belastingvermindering van 327,5 à 524 euro per jaar, afhankelijk van het aantal kinderen dat u ten laste hebt. Gehuwden en wettelijke samenwoners met kinderen krijgen deze belastingvermindering niet.

Het huwelijksquotiënt: Als slechts één van beide partners een inkomen heeft, wordt het inkomen van de werkende partner zodanig gesplitst dat beiden op een deel van het inkomen belast worden. Dat heet het huwelijksquotiënt. Deze fiscale optimalisatietechniek kan een belastingbesparing tot ongeveer 800 euro per jaar opleveren, maar enkel gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen ervan genieten.

Het verschil tussen feitelijk en wettig samenwonen

Feitelijk samenwonen betekent enkel dat je allebei op hetzelfde adres woont. Het is zelfs niet nodig dat je dezelfde officiële woonplaats hebt.

Om wettig samen te wonen moeten beide partners op hetzelfde adres gedomicilieerd zijn en een verklaring van wettelijke samenwoning afleggen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van hun gemeente. Dat statuut biedt een minimale rechtszekerheid. Zo hebben wettige samenwoners een beperkt erfrecht tegenover elkaar en is ook de gezinswoning beschermd voor beide partners.

Met het afsluiten van een samenlevingscontract heeft het statuut van wettige samenwoners niets te maken. Zowel feitelijke als wettelijke samenwoners hebben de mogelijkheid om zo'n overeenkomst af te sluiten maar zijn daar niet toe verplicht.

2. Trouwen is beter voor je pensioen

Het persoonlijke pensioen wordt berekend op basis van de eigen carrière van u en uw partner, ongeacht uw burgerlijke staat. Hebben u en uw partner een eigen loopbaan, hebt u dus sowieso allebei recht op een persoonlijk pensioen.

Maar als slechts één van beide partners de kost verdient, dan zijn gehuwden in het voordeel bij de pensioenberekening.

Heeft één van beide partners geen (of zeer weinig) eigen pensioenrechten opgebouwd, dan wordt het pensioen van de werkende partner omgezet naar een gezinspensioen. Concreet betekent dit dat daarop een toeslag van 25 procent wordt uitbetaald.

Ook na een scheiding zijn ex-gehuwden in het voordeel. Heeft een van beide partners niet gewerkt tijdens het huwelijk dan heeft hij of zij voor die periode recht op een pensioen als gescheiden echtgenoot. Dat doet overigens geen afbreuk aan de pensioenrechten van de andere partner. Die behoudt zijn volledige persoonlijke pensioen. Voor gescheiden ambtenaren geldt deze regel niet. Wie gescheiden is van een ambtenaar kan pas recht hebben op een pensioen als gescheiden echtgenoot nadat de ambtenaar overleden is.

Wie (nog) niet officieel gescheiden is, maar wel feitelijk apart woont, heeft recht op de helft van het gezinspensioen, eventueel verminderd met zijn of haar persoonlijk pensioen. Ook dit geldt enkel voor werknemers en zelfstandigen.

Voor het pensioen van samenwonenden - feitelijk of wettelijk - is het ieder voor zich.


3. Om goedkoop van elkaar te kunnen erven, moet je trouwen

De tarieven van de schenkings- en successierechten zijn sinds enkele jaren volledig gelijkgeschakeld voor gehuwden en wettige samenwoners. Feitelijke samenwoners zijn soms nog wel in het nadeel. In Vlaanderen moet je minsten een jaar feitelijk samenwonen om te erven tegen de laagste tarieven. In het Brussels Gewest is de fiscus nog iets strenger en betalen feitelijke samenwoners altijd de hoogste tarieven.

5. Wie trouwt, erft meer van zijn partner

Als langstlevende echtgeno(o)t(e) hebt u recht op het belangrijkste deel van de nalatenschap van uw partner. Voor wettelijke samenwoners gaan die erfrechten een stuk minder ver. En feitelijke samenwoners erven volgens de wet zelfs helemaal niet van elkaar. Enkel via een testament kunnen ze elkaar begunstigen. Een testament biedt echter nooit een waterdichte zekerheid omdat het altijd eenzijdig herroepen kan worden.

Als langstlevende huwelijkspartner beschikt u voor de rest van uw leven over het vruchtgebruik van de hele nalatenschap van uw overleden partner. De echte eigendom is voor de kinderen. Hebben uw partner en u geen kinderen, dan erft u meteen een deel in volle eigendom.

Via een testament kan gedeeltelijk van deze regels afgeweken worden, maar aan het voorbehouden erfdeel van de overblijvende echtgenoot kan nooit geraakt worden. Het voorbehouden erfdeel van de overblijvende partner is gelijk aan het vruchtgebruik op de helft van de nalatenschap. Enkel voor de andere helft kunnen de partners elkaar dus onterven. Toch heeft de echtgenoot die overblijft altijd recht op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad, zelfs wanneer dat meer dan de helft van de nalatenschap uitmaakt.

Als langstlevende wettige samenwoner erf je enkel het vruchtgebruik van de woning en van de huisraad. De andere goederen uit de nalatenschap van de overledene, zoals eigen spaargeld en de auto, gaan naar de kinderen, ouders, broers en zussen, tantes en nonkels, neven en nichten. Met een testament kan je daarvan afwijken.

Feitelijke samenwoners erven zonder testament niets van elkaar. Hun wettige erfgenamen zijn in de eerste plaats te de kinderen. Met een testament kan u daarvan afwijken maar sowieso blijft een deel van de erfenis voorbehouden aan de kinderen en bij afwezigheid ervan uw ouders.


6. Als één van de partners thuisblijft voor de kinderen, kan je beter trouwen

Verdient slechts één van beide partners de kost en blijft de ander thuis om voor het huishouden, de kinderen of de schoonouders te zorgen, dan is de veiligheid van een huwelijk zeker welkom. De partner die z'n eigen inkomen heeft opgeofferd voor het gezin wordt door het huwelijk immers beschermd tegen inkomensverlies als het tot een scheiding komt of de ander overlijdt. Die bescherming bevindt zich op verschillende niveaus:

Bij een huwelijk wordt alles wat de werkende partner verdient, gemeenschappelijk. Dit gemeenschappelijke vermogen behoort voor de helft toe aan beide partners. Dit geldt niet voor samenwoners, maar kan wel opgenomen worden in een samenlevingscontract.

Eindigt het huwelijk door scheiding en blijft één van beide partners behoeftig achter dan kan de rechter beslissen dat de behoeftige partner recht heeft op een onderhoudsuitkering. Voor samenwoners geldt dit niet.

Bij de dood van uw partner kan u niet onterfd worden.


7. Als je samen kinderen hebt, kies je best voor een huwelijk

Vele koppels stappen in het huwelijksbootje omwille van de kinderen. Voor de rechten van de kinderen maakt het echter niet uit of de ouders gehuwd zijn of niet. Sinds 1987 hebben zij hetzelfde erfrecht, of ze nu in een huwelijk geboren zijn of niet. Ook het recht op kinderbijslag is volledig gelijk tussen wettige samenwoners en gehuwden.

8. Samenwoners hebben geen recht op een overlevings- pensioen

Als langstlevende huwelijkspartner heb je onder bepaalde voorwaarden recht op een overlevingspensioen, samenwoners - wettelijk of feitelijk - niet. De voorwaarden om zo'n overlevingspensioen te krijgen, zijn de volgende:

ofwel moet u ten minste 45 jaar oud zijn en minstens een jaar gehuwd

ofwel moet er uit het huwelijk een kind geboren zijn, eventueel postuum.


 

 

 Frida Deceunynck

 

Share/Save/Bookmark