terugkeren>>

 
 

Brief aan Vrouw en Maatschappij, CD&V.
Agnes Jonckheere, 2008 Brugge

Ik las op uw site dat u benoemd bent als waarneemster in de commissie voor de rechten van het kind. Oprecht gefeliciteerd met uw benoeming binnen deze commissie!

Ik hoop dat u, nu u waarneemster bent in de commissie voor de rechten van het kind, de gezinssituatie des te meer zal bekijken vanuit de hoek van het kind en zal stilstaan bij de rechten van het kind, namelijk de wens van het kind om door zijn ouders opgevoed te worden.

In het beleid van Vrouw en Maatschappij, waar u mee de leiding hebt, merk ik dat u meestal opkomt voor de werkende vrouw die carrière wil maken en het glazen plafond wil doorbreken. Maar u komt weinig op voor de zorgende ouder die bij de kleine kinderen wenst te zijn.

Welvaart en welzijn moeten in balans zijn, anders brengt het weinig levensvreugde. De koers die Vrouw en Maatschappij gaat met hun Scandinavisch model is eenzijdig. Er zijn goede punten in te vinden maar u past het resoluut toe voor alle vrouwen. Misschien is het goed te weten dat het zelfmoordcijfer bij de jeugd in de Scandinavische landen hoog ligt.

Het resultaat van het beleid van V&M is 1) dat men 1600 plaatsen in de voorschoolse opvang heeft gecreëerd, 2) dat men een werkbonus toekent aan de werkende ouder en dat men ijvert voor 3) het behouden van dienstencheques. Dit zijn één voor één voorzieningen die het mogelijk maken dat de vrouw fulltime kan gaan werken en beroepscarrière kan maken. Hierbij is niets mis mee maar het is wel heel eenzijdig.

Men had zich daarnaast ook kunnen focussen op de zorgende ouder: 1) het uitbreiden van het ouderschapsverlof en 2) het welvaartvast maken van de kinderbijslag, zoals beloofd tijdens de federale verkiezingen. Beiden zijn niet verwezenlijkt tot grote teleurstelling van de Gezinsbond, en velen met hen. Men had 3) de halftime werkende huismoeder, die kiest voor dit statuut om arbeid en gezin beter op elkaar af te stemmen, een betere regeling kunnen aanbieden, zoals bij de noorderburen, zodat men hiervoor niet financieel wordt afgestraft. Als slot had men 4) de thuisblijvende moeder die een baby verwacht en geen arbeidscontract heeft ook een uitkering kunnen aanbieden dat gelijk staat met de uitkering van het ouderschapsverlof, zoals de Gezinsbond aanbeveelt in zijn Memorandum. Ook zij heeft extra onkosten bij de komst van de baby die bezoldigd moeten worden. Dit zouden één voor één investeringen zijn die gericht zijn op een verhoogde kwaliteit binnen de opvoeding doordat er meer beschikbare tijd vrijkomt of meer financiële middelen.


Er werd gepeild naar de mening van jongeren ten aanzien van drie vragen, namelijk ‘Hoe ervaren jongeren hun opvoeding en hun gezin? Wat vinden jongeren goede oplossingen om gezinnen met problemen te helpen? ‘Wat verstaan jongeren onder een goed gezinsbeleid?’ De bevindingen uit het rapport benadrukken als belangrijk gegeven het feit dat ouders, doordat ze steeds aan het werk zijn, weinig tijd hebben om samen met hun kinderen door te brengen. Een gevolg van dit verschijnsel is dat de opvoeding steeds meer buiten het gezin moet plaats vinden, een lacune waarin nog maar zeer ten dele wordt voorzien. De optelsom van dit alles zou wel eens kunnen zijn, aldus het rapport, dat er een 'gat in de opvoeding' aan het optreden is: "het gezin is noodgedwongen weinig thuis, de school voelt zich niet in staat, en het 'derde opvoedingsmilieu' (vrije tijdsbesteding) is ofwel afwezig, ofwel bereikt het de jongeren maar met mondjesmaat (De Winter, 1998, GEZINSPEDAGOGIEK, deel II, p 331.)

Uit de eigen mond van de jongeren hoort men dat de ouders weinig tijd hebben om samen met hun kinderen door te brengen. Er is een tendens in de opvoedingsondersteuning dat men de ouders weer moet aanspreken op hun opvoedingsverantwoordelijkheid. Het ondertekenen van de opvoedingsbelofte ligt in deze lijn. Dit is gelanceerd door o.a. Hans Van Crombrugge, dokter in de pedagogie en docent in het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen. Deze opvoedingstaak moet niet doorgeschoven worden naar crèches, scholen, jeugdbewegingen maar moet in de eerste plaats thuis gebeuren.

Daarnaast is het nog steeds een gegeven dat het niet goed is voor een baby om na de derde maand lang te vertoeven in een crèche. Belsky stelde vast dat kinderen die vanaf hun eerste levensjaar meer dan 20 uur per week in kinderopvang doorbrachten, een hoger risico lopen om op de leeftijd van 12 tot 18 maanden onveilig gehecht te zijn aan hun moeders en op de leeftijd van 3 tot 8 jaar meer ongehoorzaam en agressief zijn (Belsky, 1990, GEZINSPEDAGOGIEK I,Kinderopvang en de gehechtheid van kinderen, p 143).

Het onderzoek heeft aangetoond dat wanneer de opvang van kinderen wordt gestart na hun eerste levensjaar er geen nadelige invloeden zijn. Enkel voltijdse opvang wordt vanuit de attachmenttheorie nog omstreden (Singer 1994, GEZINSPEDAGOGIEK I, Kinderopvang en de gehechtheid van kinderen, p 144).

U kunt de pedagogische wetenschap naast u neerleggen en enkel een economisch model najagen onder druk van het Lissabon Verdrag die wenst dat 70% vrouwen de arbeidsmarkt opgaan. Of u kunt vertrekken vanuit de pedagogie en uw beleid hieraan aanpassen. Ik opteer voor het tweede en raad u aan voeling te houden met ervaren pedagogen, gezinswetenschappers en de Gezinsbond.

Men kan de pensioenleeftijd met 5 jaar terugdringen, maar drie jaar wat rustiger aan in het spitsuur van het leven van de jonge gezinnen is blijkbaar niet haalbaar. In een recent onderzoek in Vlaamse gezinnen zegt maar liefst 82 % van de ondervraagden stress te ondervinden door de moeilijke combinatie van werk en gezin. Is dit niet alarmerend!

Ik heb zelf ervaren dat het gebruik van dienstencheques maar een klein deeltje van de werkdruk wegneemt. Het management van het gezin blijft de taak van de zorgende ouder.

Op de studiedag in februari 2007 ‘Naar een levensloopbeleid voor gezinnen’ georganiseerd door CD&V, die plaatshad voor de federale verkiezingen, was duidelijk merkbaar dat de toespraak van V&M niet de tendens volgde van de andere sprekers. Anne Mie Drieskens van de Gezinsbond riep op tot het creëren van een warm nest gesteund door de nodige voorzieningen van de overheid o.a. ouderschapsverlof, gezinsarbeid. Marc Van Tuyne, verantwoordelijke OCMW, benadrukte dat de psychologische band ouder kind primeert. Er werd door meerdere sprekers een oproep gedaan om meer bekommert te zijn om het welzijn van het gezin en ons niet te laten obsederen door consumptiegedrag. Maar blijkbaar is deze stem niet voldoende gehoord.

Dat u assertief bent als vrouw en een eigen identiteit uitstraalt waardeer ik. Maar waar u voor gaat, de vrouw fulltime op de werkvloer met de nodige sociale voorzieningen ter ondersteuning, terwijl degenen die niet in dit stramien meegaan financieel worden afgestraft vind ik weinig edel. Dan passen jullie mooi bij de VLD vrouwen waar welvaart vooraan staat. De vakanties met mijn kinderen, de kookactiviteiten, de leesmomentjes, de spelavonden, de familieonderonsjes, dit waren unieke momenten! Voornamelijk de eerste twaalf levensjaren kan men dit gezinsgebeuren aanbieden, daarna beginnen de kinderen uit het nest te groeien en worden stilaan zelfstandig.

In Nederland is het gezinbeleid meer kindvriendelijk. Op mijn site vindt u verschillende persartikels hierover. Het halftime werken wordt niet afgestraft, men geeft een kindgebonden budget boven op de kinderbijslag, het kiezen voor kinderen staat primair. Blijkbaar lukt dit in Nederland binnen dezelfde bredere context van de Europese Unie. Waarom niet in Vlaanderen?

“In het rapport is een spanning voelbaar tussen de verschillende doelstellingen van de vrouwenemancipatie. Er lijkt echter minder drang te zijn om vrouwen tot fulltime werk aan te sporen omdat zij zelf massaal voor deeltijds werk kiezen en dit als verworvenheid beschouwen ( "Katholiek Nieuwsblad 15 februari, Meer waardering voor het moederschap’).

Als antwoord op de vergrijzing gaat minister Rouvoet voor een beleid dat het mogelijk maakt dat men voor meer kinderen kan kiezen, dit in tegenstelling tot het betoog van Marianne Thijssen, Europees afgevaardigde CD&V, die als oplossing suggereert om meer vrouwen op de werkvloer te loodsen. Dit is een korte termijn visie! Terwijl mevrouw Thijssen dit economisch wil oplossen zorgt Minister Rouvoet voor de oplossing van het eigenlijk probleem.

We zien uit naar gezinsvriendelijke voorstellen in Vlaanderen maar nu eens los van arbeid. Zo wordt een echt tweesporenbeleid uitgestippeld zodat de ouders vrijuit kunnen kiezen waarvoor ze gaan.

Ik hoop u nog te begroeten in de politieke arena om te ijveren voor de echte christen democratische waarden en een evenwichtig gezinsbeleid.

Met vriendelijke groeten
Agnes Jonckheere