terugkeren>>

 
  AANTAL BUITENECHTELIJKE KINDEREN IN VLAAMS GEWEST STERK GESTEGEN. WAT DOEN WE ERAAN?
Agnes Jonckheere, 21 december

“Het aantal kinderen dat bij niet-gehuwde moeders wordt geboren, is tussen 1999 en 2007 sterk toegenomen in het Vlaamse Gewest”, zo staat donderdag te lezen in een nieuwsbrief van de studiedienst van de Vlaamse regering.

In het Vlaamse Gewest werd in 2007 42 procent van de kinderen buiten een huwelijk geboren. Slechts 11 procent daarvan werd echter geboren buiten een verbintenis” (Belga 9 december, Het aantal buitenechtelijke kinderen sterk gestegen).

Elf procent van de kinderen mist één van zijn ouders in het dagelijks leven en dat aantal moeten we proberen terug te schroeven, vindt VCD. Een duurzame relatie is geen evidentie meer en daar moet onze zorg naartoe gaan. De overheid moet niet enkel inzetten op opvoedingsondersteuning maar ook op relatieondersteuning, zowel preventief, ondersteunend als herstellend. De stabiliteit van de koppels bepaalt ook de mate van welzijn binnen het gezin.

Vooreerst moet relationele vorming preventief een grotere plaats innemen binnen het onderwijs. Nu ligt de nadruk teveel op seksuele vorming zonder dat er relationele kapstokken zoals trouw, dienstbaarheid en overgave worden bijgebracht.

Vervolgens moet het aanbod van relatietherapeuten stijgen en moet de drempel om erheen te gaan verlaagd worden. Het aanbieden van relatiecheques waarmee ouders tegen verlaagd tarief een beroep kunnen doen op een relatietherapeut, zoals bij het systeem van dienstencheques, zou al een hele stap voorwaarts zijn. Dat nodigt de koppels uit om te investeren in hun relatie!

De tijdsdruk op de relatie van jonge koppels is erg groot wanneer men met twee fulltime uit werken gaat en kleine kinderen opvoedt. Het is de taak van de overheid om met het gezinsbeleid faciliterend op te treden en die tijdsdruk te doen afnemen. Men kan dat ofwel doen door een opvoedersloon te geven aan ouders die er voor kiezen om minder of niet buitenshuis te werken zolang de kinderen klein zijn en niet naar school gaan. Of men kan langer betaald ouderschapsverlof aanbieden aan buitenshuis werkende moeders.

Dat er een financiële crisis is, mag geen reden zijn om daarop te besparen. Ook Duitsland voorziet daarin en is een welvarend land. Jozef Corveleyn, professor in de klinische psychologie die onlangs het boek ‘Helpende handen : Gehechtheid bij kwetsbare ouders en kinderen’ publiceerde, verwijst naar het in 2008 door de econoom Heckman uitgevoerde onderzoek, waaruit blijkt dat investeren in jonge gezinnen een winst opbrengt van maar liefst 16% !

VCD pleit ervoor om op verschillende manieren in te zetten op duurzame relaties, vooreerst door goede relationele vorming, vervolgens door het toegankelijk maken van relatieondersteuning door middel van relatiecheques. En ten slotte door het faciliteren van jonge gezinnen met kleine kinderen door het verlengen van het ouderschapsverlof bij buitenshuis werkende ouders of door het toekennen van een opvoederloon bij niet buitenhuis werkende ouders met kleine kinderen. Investeren in gezonde relaties en gezinnen betekent investeren in een gezonde maatschappij, waar welzijn primeert. Daardoor besparen we op lange termijn!


AANTAL BUITENECHTELIJKE KINDEREN IN VLAAMS GEWEST STERK GESTEGEN.
BRUSSEL 09/12 (BELGA)

Het aantal kinderen dat bij niet-gehuwde moeders wordt geboren, is tussen 1999 en 2007 sterk toegenomen in het Vlaamse Gewest, zo staat donderdag te lezen in een nieuwsbrief van de studiedienst van de Vlaamse regering.

In het Vlaamse Gewest werd in 2007 42 procent van de kinderen buiten een huwelijk geboren. Slechts 11 procent daarvan werd echter geboren buiten een verbintenis, waarmee wordt aangegeven of de ouders van de pasgeborenen al dan niet samenwonen. "Buiten een huwelijk" geboren betekent dus vaak dat kinderen geboren worden binnen een niet-gehuwd samenwonend koppel, zo staat in officiële statistieken van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) van de federale overheidsdienst Economie.

Geboorten buiten de context van een huwelijk waren lange tijd zeldzaam in het Vlaamse Gewest. In 1970 en 1980 vond 2,5 procent van alle geboorten plaats buiten een huwelijk. In 1990 steeg dit aandeel naar 7 procent. Tien jaar later, in 2000, bedroeg het al 22 procent.

Slechts 9,1 procent van die geboorten vond echter plaats buiten een verbintenis. In 2007 steeg het aantal geboorten buiten het huwelijk tot 42 procent.

Naargelang de leeftijd waarop moeders hun eerste en tweede kind krijgen, verandert ook hun leefvorm. Bijna de helft (48 pct) van de moeders jonger dan 20 jaar woont bij de geboorte van een eerste kind ongehuwd alleen, 35 pct woont ongehuwd samen. Bij de geboorte van een tweede kind gaat het om respectievelijk 30 en 50 pct. In de leeftijdscategorie van 20 tot 34 jaar wonen moeders ongeveer even vaak ongehuwd of gehuwd samen bij de geboorte van een eerste en tweede kind. Vanaf de leeftijd van 35 jaar gebeurt het dat vrouwen weer iets vaker ongehuwd alleen wonen bij de geboorte van een eerste of tweede kind.

Opvallend is dat men ongehuwde samenwonende moeders vooral (45 pct) terugvindt in de groep van hoger secundair opgeleiden tijdens de geboorte van een eerste kind. Moeders die alleen wonen, vinden we voornamelijk terug in de groep met een lager secundair onderwijsniveau.
MPE/(PLS)/