terugkeren>>

 
  Wanneer er in heel Nederland treinen beginnen te ontsporen, is het verstandig te controleren of de hulpdiensten goed functioneren. Arriveren de ambulances op tijd? Staat de brandweer paraat? Kunnen traumahelikopters worden ingezet? Ook vernuftige elektronische meldsystemen van ontsporingen kunnen goede diensten bewijzen. Allemaal lofwaardige inspanningen. Maar het eerste wat je toch zult moeten doen, is het onderhouden van treinen en spoor.


De VVD reageert gealarmeerd op de plannen van minister Rouvoet
voor een Elektronisch Kinddossier: “Een horrorscenario.”

Als we het in Nederland over het gezin hebben, is die benadering opeens een politiekcorrect taboe. Een staaltje daarvan leverde vorige week Trouw, door op de voorpagina te openen met het bericht dat kinderen in eenoudergezinnen vaker moeten terugschakelen naar een lagere opleiding. De conclusie van de krant was dat het Nederlands onderwijs er kennelijk nog altijd niet in slaagt aan iedereen gelijke kansen te bieden. Dat is net zoiets als de NS verwijten dat die de treinen niet net zo hard over één rail kan laten rijden als over twee. Blijkbaar heeft Trouw het lef niet allereerst te concluderen dat er meer geïnvesteerd moet worden in goede gezinnen. En natuurlijk, waar dat niet gelukt is, mag dan best een pleidooi volgen voor een overheidsinspanning. Maar als je je beperkt tot dat pleidooi, de norm verzwijgt en daarmee ontkent, maak je je schuldig aan hypocrisie. Om terug te keren tot de spoorwegvergelijking: je doet dan alsof je je druk maakt over de gewonden, terwijl die je eigenlijk niets kunnen schelen. Want anders zou je je toch afvragen waar die vandaan komen?


Dubbelheid
Eenzelfde dubbelheid speelt rondom de problematiek van het Elektronisch Kinddossier (EKD) dat minister Rouvoet van Jeugd en Gezin wil invoeren. Het EKD bevat informatie over het kind, de gezinssituatie en de omgeving volgens het motto: geen kind buiten beeld. Per 1 januari volgend jaar zal het gebruik ervan in de jeugdgezondheidszorg wettelijk verplicht zijn. Artsen en verpleegkundigen van de jeugdgezondheidszorg houden het EKD bij, terwijl andere instanties signalen aan het dossier toe kunnen voegen zonder dat ze het kunnen inzien. De goede bedoelingen zullen duidelijk zijn: iedereen herinnert zich nog de afschuwelijke berichten over Rowena, ‘het meisje van Nulde’, het Maasmeisje Gessica, Savanne en al die andere kinderen die tragisch eindigden in verziekte gezinssituaties. Het is begrijpelijk dat de overheid hier meer de vinger aan de pols wil krijgen.


Naarmate de overheid echter meer uit het oog verliest dat zij ten opzichte van het disfunctionele gezin hooguit een dweilfunctie heeft, zal ook haar neiging toenemen de grondrechten van haar burgers te schenden. De overheid krijgt ook hierin weer de wind in de rug vanuit de EU en het internationaal recht. Alles uiteraard met een beroep op ‘mensenrechten’ en de ‘rechten van het kind’. Zo schrijft Caroline Forder, hoogleraar Europees familierecht, in NRC Handelsblad dat Nederland voor een groot deel al verplicht is tot invoering van het EKD vanwege internationale verdragen. Daaruit blijkt maar weer eens hoezeer de vrije samenleving in feite geringeloord wordt door kosmopolitische juristen en diplomaten die in verdragen allerlei wissels alvast vastzetten in de gewenste ideologische stand.