terugkeren>>

 
  Die onthutsende bevindingen verschenen in het vaktijdschrift Journal of Divorce and Remarriage. Ze zijn het resultaat van een onderzoek van de vakgroep sociologie van de Universiteit Gent onder leiding van professor Piet Bracke. Die ondervroeg 4.727 mannen en vrouwen van gemiddeld 37 jaar van wie de ouders zo'n twintig jaar geleden uit elkaar zijn gegaan.

Bracke stelt vast dat kinderen van gescheiden ouders minder stabiele relaties aangaan. 'Ze zullen eerder gaan samenwonen dan trouwen, zeker wanneer ook hun partner gescheiden ouders heeft. Uit andere onderzoeken weten we dat de relatie van samenwonenden minder stabiel is dan die gehuwden.'

'Maar of ze nu getrouwd zijn of samenwonen, kinderen van gescheiden ouders ervaren hun relatie vaak als niet zo hecht. En hebben ze nu wťl een goed draaiende relatie, dan is daar veelal een geschiedenis van gebroken relaties aan voorafgegaan.'

Volgens Bracke is een van de oorzaken dat ze zelf ook vaker scheiden de manier waarop ze problemen oplossen.

'Je kunt over problemen praten, of ervan weglopen. Deze volwassenen kiezen voor de tweede oplossing. Uit het huwelijk stappen is nu eenmaal de manier die ze thuis als voorbeeld gezien hebben', zegt Bracke.

'Mannen - niet vrouwen - met gescheiden ouders blijken ook minder betrokken te zijn in hun eigen relatie. Ze tonen veel minder toewijding. Ook speelt onbewust een proces van partnerselectie. Dochters uit een gebroken gezin, die daardoor vaak zelf al wat mislukte relaties achter de rug hebben, zijn niet zo in trek bij mannen uit een intact gezin. Daardoor lopen ze, meer dan mannen met gescheiden ouders, de kans dat ze een partner treffen die ook uit een gebroken gezin komt, en we weten dat die niet zoveel in een relatie investeert, wat de kans op een breuk nůg groter maakt.'

Kinderen van gescheiden ouders hebben twintig jaar na die breuk ook meer kans op een depressie. 'Doordat ze vaak een niet zo'n stabiele relatie hebben, of zelf scheiden, voelen volwassenen die als kind de scheiding van hun ouders meemaakten zich depressiever', legt Bracke uit.

'Ook blijkt uit ons onderzoek dat kinderen van gescheiden ouders een lager inkomen hebben, wat voor bijkomende psychische druk zorgt. Na de scheiding van de ouders is er thuis minder financiŽle armslag en dat heeft een invloed op de leerprestaties van een kind. Zakt zo'n kind een keer in het hoger onderwijs, dan zal het sneller stoppen. Doordat ze niet zo'n hoog diploma hebben, verdienen kinderen van gescheiden ouders later ook niet zoveel. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat het inkomen een grote invloed heeft op onze gemoedstoestand. Mensen met een hoger diploma, een groter inkomen en een groter huis zijn nu eenmaal gelukkiger.'

Volgens Bracke blijft het verdriet om de scheiding van de ouders nazinderen, ook als ze volwassen zijn en een goede relatie hebben. 'Kinderen van gescheiden ouders die zelf scheiden, lijden twee keer. Bij vrouwen heeft de eigen scheiding een veel grotere impact, bij mannen ligt dat dichter bij elkaar. De kwaliteit van een partnerrelatie heeft meer invloed op de gemoedstoestand van een vrouw. Wanneer een vrouw met gescheiden ouders erin slaagt om een stabiele relatie met een partner uit te bouwen ťn ze heeft geen financiŽle beslommeringen, dan kan ze de pijn van de ouderlijke scheiding in grote mate verzachten. Maar of ze die ook helemaal kan tenietdoen? Bij mannen blijft de invloed van een ouderlijke scheiding meer nazinderen, ook bij een goede relatie.'

De onderzoeksresultaten zijn pijnlijk voor gescheiden ouders. Toch wil Bracke hun geen schuldgevoel aanpraten. 'Wij vellen geen waardeoordeel. Maar ons onderzoek is objectief. We mogen onze kop niet in het zand steken. Het is ontzettend belangrijk dat ouders en hun kinderen, om de schade te beperken, tijdens dat proces goed worden ondersteund. Ik pleit voor nog meer professionele hulp. Niet alleen voor kansarmen, maar ook voor de middenklasse.'

Bracke stelt vast dat wetenschappers tot nu toe enkel keken naar de impact op korte termijn van een scheiding op de kinderen. 'Uit ons onderzoek blijkt dat je twintig jaar later als volwassene nog altijd de gevolgen van een ouderlijke scheiding draagt. De Nederlandse socioloog Matthijs Kalmijn heeft een soortgelijke studie uitgevoerd bij de Nederlandse bevolking en hij is tot precies dezelfde conclusies gekomen.'

'Het huwelijk is een instelling met structuren. Wanneer de echtscheiding ook een instelling zou worden en de welvaarstaat begint zich daarnaar te organiseren, dan is het mogelijk dat de negatieve effecten zullen dalen. Toch zal het altijd een moment van falen blijven dat verwerking nodig heeft.'

Bracke geeft toe dat de gevolgen van een scheiding ook bepaald worden door de manier waarop je ermee omgaat.

'Wie in staat is om een scheiding succesvol af te ronden, kan daar als ouder misschien versterkt uitkomen. En de manier waarop ouders uit elkaar gaan en samen ouders blijven, zal de negatieve impact op de kinderen zeker verzachten. Maar zelfs al gebeurt het in ideale omstandigheden, 'volgens het boekje', dan nog laat het sporen na.'

annemie eeckhout