terugkeren>>

 
  Toen professor Kees de Hoog gisteren in Wageningen zijn afscheidscollege gaf, markeerde dat het einde van de leerstoel gezinssociologie, die daar – met een onderbreking van enkele jaren – sinds 1948 gevestigd is geweest. “Onbegrijpelijk”, verzucht De Hoog, wiens rede de geladen titel droeg ‘Is het gezin op weg naar het einde?’. De scheidende hoogleraar is te genuanceerd om die vraag met ‘ja’ te beantwoorden, maar hij onderbouwt wel een pleidooi voor een actieve bevolkingspolitiek – een beleid dat het aantal geboorten stimuleert.
Meer kinderen
“Bevolkingspolitiek is in ons land nog steeds een taboe, en ik zal er wel weer op worden aangevallen. De term herinnert te sterk aan nazi-Duitsland.” Ook hoort men nog een echo uit de jaren ’50. “Toen was er – met veel minder inwoners dan nu – sprake van overbevolking. Plus leefde bij sommigen de angst dat de katholieken met hun grote gezinnen de macht zouden overnemen. Een angst die nu leeft ten aanzien van de moslims. Maar ook daar zien we met iedere nieuwe generatie het aantal kinderen afnemen.”
Volgens De Hoog kunnen we een voorbeeld nemen aan Frankrijk. “Daar leidde een verhoging van de kinderbijslag de afgelopen jaren tot een stijging van het geboortecijfer met een kwart. En in een land als Noorwegen draagt een langer ouderschapsverlof bij tot een stijging.”

Prof. Kees de Hoog: “Huwelijksrelaties herstellen mag niet in Nederland. Dat is betuttelend en gaat in tegen de eigen vrije keuze.”

Rampscenario
Dat er iets moet gebeuren, maakt zijn afscheidsrede wel duidelijk. Van de eenpersoonshuishoudens zijn niet veel geboorten te verwachten. In 1971 vormden die huishoudens 17 procent van het totaal, in 2004 was dat aantal 34 procent en het CBS verwacht voor 2050 een percentage van boven de 40! Daarbij komt het groeiend aantal vrijwillig kinderloze vrouwen. Het CBS verwacht van de generatie geboren tussen 1972 en 1976 dat een op de vijf bewust of onbewust kinderloos zal blijven. In sommige yuppenwijken in de grote steden ligt dat percentage al rond de 45. “Voor deze meest hoogopgeleide mensen staan carrière en het grote genieten centraal”, blijkt volgens De Hoog uit onderzoek waar hij zelf bij betrokken was. “In hun hedonistische levensstijl is geen plaats voor kinderen. Het kan zijn dat deze trend ‘doorzakt’ naar mensen met een MBO-opleiding. Zoiets gebeurde al eerder ten aanzien van het traditionele gezin. Ook toen was de vrouw de spil van de veranderingen.” Een demografisch rampscenario.
Volgens De Hoog wordt het beleid door heel veel vooroordelen en taboes bepaald en door politiek correct denken en sluit het daarom vaak niet aan bij de werkelijkheid. Van de kennis van hemzelf en zijn collega-hoogleraren aan andere universiteiten maakt de overheid nauwelijks gebruik, en enkele jaren geleden is ook de Gezinsraad opgeheven. “Laatst hoorde ik op de radio een mevrouw over de waarde van strafkampen…” Z’n intonatie spreekt boekdelen. “Als ik het gezicht zie van staatssecretaris Sharon Dijksma met haar dodelijke glimlach. (Steeds bozer) Die luistert naar niemand, want ‘zo is het en zo hoort het’. Met haar politiek correcte flauwekul en haar wereld volgens Bartjes…” Even is het stil. “Ja, dat mag u opschrijven.”
Lijmen
Geboortepolitiek is taboe. Maar ook het voorkomen van echtscheiding is onbespreekbaar. “Annette Heffels is een voorloper. Zij meldt vanuit haar ervaring als relatietherapeute dat in veertig procent van de gevallen de huwelijksrelatie hersteld kan worden. Maar in Nederland mag dat niet. Dat is betuttelend en gaat in tegen de eigen vrije keuze. Terwijl we op andere gebieden, neem roken, kennelijk wel mogen betuttelen, vanwege de schade aan de gezondheid. Men gaat voorbij aan de schade die echtscheiding veroorzaakt. Allereerst bij kinderen.


Recente onderzoeken van Ed Spruijt en van Jaap Dronkers tonen aan dat het om een probleem gaat, een gróót probleem: met schooluitval, drugsgebruik, alcohol… En dat in alle lagen van de bevolking. En naast de schade aan de kinderen kost echtscheiding de samenleving jaarlijks miljarden: minder inkomsten van de fiscus, ziekteverzuim, bijstandsuitkeringen, meer woningen, meer auto’s op de weg.”
Ziet De Hoog een oplossing? “De overheid zou minsten een experiment moeten financieren om te trachten huwelijken die niet duurzaam ontwricht zijn te lijmen. Maar dan moet eerst dat taboe doorbroken worden. En moet de knop om bij heel wat – goede – hulpverleners, want die vinden hun taak als therapeut al geslaagd als de partners elkaar niet de hersens inslaan.”
Rouvoets centra
Maar De Hoog moet toch blij zijn met een eigen minister voor Jeugd en Gezin? En met Rouvoets Centra voor Jeugd en Gezin? Want vorig jaar nog klaagde hij in KN over de versnippering van de hulpverlening… De Wageningse hoogleraar aarzelt, zoekt eerst in zijn broekzak naar een nieuw pakje sigaretten. “Die Centra voor Jeugd en Gezin zijn een stap in de goede richting, ook al zal dat hier en daar nog wel een stammenstrijd opleveren.


Maar ik vind dat de minister met zijn aanpak onnodig het gezin problematiseert, terwijl het in de meeste gezinnen met de opvoeding best wel goed gaat. Het effect kan zijn dat jonge mensen aarzelen met het krijgen van kinderen als dat zoveel problemen met zich meebrengt.”
Daarnaast heeft De Hoog vragen als ‘wie bemannen die centra?’, ‘wanneer kom je op de lijst van probleemgezin?’ ‘welke norm wordt er gehanteerd?’. “In hoeverre mag je in Nederland nog een eigen levensstijl hebben? Ik denk dan bijvoorbeeld aan de christenen, aan de gristenen.”
Huis uit
De overheid laat zich te veel leiden door de feministische gedachte dat vrouw en aanrecht niet samengaan. Die ideologie speelt in op de trend die moeders belangrijker acht voor de arbeidsmarkt dan voor de opvoeding van hun kinderen. “En dan die onzin dat nuljarigen beter gesocialiseerd zouden worden in een crèche… Ik noem mezelf progressief liberaal, maar ik heb begrip voor iemand als Nell Coumans (van Grootgezin.nl –ea), die pleit voor maatschappelijke waardering voor de moeder als opvoeder. Mensen horen in vrijheid te kunnen beslissen. Veel vrouwen zijn het niet eens met de politiek correcte lijn van ‘de vrouw het huis uit’.


Die druk is er bij arbeidskrapte. Is die voorbij, dan zijn zij de eersten die er weer uitvliegen”, schampert De Hoog. “Als ouders zaken zelf kunnen regelen, leidt dat tot grotere tevredenheid. Dat is bijvoorbeeld het sympathieke van het idee van de ChristenUnie voor een financieel rugzakje per kind in plaats van subsidie voor kinderopvang. Ouders kunnen dan zelf uitmaken wat ze doen. Ook al weet ik natuurlijk dat zo’n maatregel de eigen visie dient dat vrouwen thuis horen te blijven.”
Volgens prof. Kees de Hoog zijn gezinnen die deel uitmaken van een hechte geloofsgemeenschap goed af. “Die zeggen ‘De Heer maakt ons gelukkig’, maar als socioloog zie ik hoe zij opgenomen worden in een gemeenschap en daar hulp van ontvangen. Die zijn beter af dan een geïsoleerd gezin in Ommoord. Vroeger – volgens het NIDI tot aan de jaren ’70 – had je de grootfamilie. Kinderen hadden meer opvoeders naast de eigen ouders en de ouders kregen steun en waar nodig correctie. Als je nu een corrigerende opmerking maakt, is het oorlog.
Vroeger kwam de huisarts echt aan huis en kwam de pastoor of de kapelaan op huisbezoek. Dat is allemaal weggevallen en maakt het gezin kwetsbaar. Een tegenbeweging naar meer samenhang? Die zie ik helaas niet, maar is wel nodig.”