terugkeren>>

 
  Kerken kunnen een goede plek zijn voor ouders om hun opvoedingsvragen te stellen, vindt minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin. De laatste jaren stijgt namelijk het aantal kinderen met problemen.
Rouvoet vroeg zaterdag in Nijkerk op de appeldag van het Confessioneel Gereformeerd Beraad in de Protestantse Kerk in Nederland de steun van de kerken.
,,Mijn droom is dat kinderen in Nederland kunnen spelen, leren en veilig zijn. Dat willen we niet omdat kinderen ons eigendom zijn, maar omdat ze een geschenk zijn van God.''

Rouvoet maakte een vergelijking tussen de centra voor jeugd en gezin en de kerken. De centra komen op zijn intiatief door het hele land zodat ouders daar terecht kunnen voor opvoedingsondersteuning. De kerken kunnen ook open staan voor vragen, meende Rouvoet. Veel mensen hebben namelijk niemand meer in hun omgeving om hun opvoedingsproblemen voor te leggen, zoals dat vroeger ging.

Op welke manier kerken de opvoeding kunnen oppakken, liet Rouvoet in het midden. Het paste hem niet als minister de kerken iets voor te schrijven. Een goed initiatief zijn in elk geval de opvoedingskringen die in veel kerken zijn ontstaan, lichtte hij na afloop toe. De kerk een taak toedichten in opvoedingsondersteuning is volgens hem niet raar. ,,Opvoeding is ook altijd geloofsopvoeding. Dat kun je niet los zien van de kerkelijke gemeenschap. Bovendien hoort het leven een eenheid te zijn, niet allemaal losse eilandjes. Daarom ben ik hier als minister ook op een kerkelijke dag. De overheid kan niet alles doen, er ligt ook een taak voor de kerk.''

In het programmaboekje van de appeldag sprak ds. Dick Westerneng, voorzitter van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, de hoop uit dat de aanwezigen samen met jongeren ,,de vertaalslag maken van het geloof der eeuwen naar het geloven vandaag in snel veranderende omstandigheden. Ik hoop dat wij zelf iets uitstralen van Gods liefde naar iedereen, dat we echt betrokken zijn op de nieuwe generatie en bereid zijn ook met hen het geloofsgesprek te voeren, luisterend en getuigend.''

Rouvoet sloot zich daarbij aan. ,,Dit spreekt mij zeer aan; het vormt een geweldige opgave voor de christenheid van deze tijd.'' Hij onderstreepte het belang dat jongeren zich thuisvoelen in de kerk. ,,Ik herinner nog mijn eigen tijd op de jeugdvereniging. Het was elke week een soort hangplek voor ons, zonder dat we het woord kenden. Kan de kerk in deze tijd nog een hangplek zijn?''

Rouvoet schetste in zijn toespraak voor de ruim tweehonderd aanwezigen wat zijn plannen zijn voor de komende jaren. Hij constateerde dat er in de samenleving pessimistische en optimistische visies zijn op de jeugd. ,,De pessimisten vrezen dat het niet goed komt met de jeugd. Volwassenen geven volgens hen steeds minder het goede voorbeeld. De optimisten vinden echter dat er nog nooit zoveel aandacht was van ouders voor hun kinderen. De tijd die ouders doorbrengen met hun kroost is 'kwalitijd', er worden leuke dingen gedaan. Dat is heel wat waard.''

Stijging
Rouvoet voelde voor beide standpunten wel wat. Er blijkt namelijk dat het aantal kinderen met problemen stijgt. ,,Dat is verbijsterend.'' ,,Tegelijk weet ik ook dat ouders veel over hebben voor het geluk van hun kinderen.''

De minister riep kerken op hun inhoudelijke bijdrage te leveren aan zijn beleidsprogramma Jeugd en Gezin. ,,Juist kerken kunnen richting geven. Welke keuzes moeten worden gemaakt? Kerken kunnen meedoen aan het maatschappelijke debat, praktische steun geven aan gezinnen en jongeren het gevoel geven dat ze er echt bij horen. Want elk mensenkind is een parel in Gods hand'', aldus de ChristenUnie-minister.