terugkeren>>

 
  EEN LANGER MOEDERSCHAPSVERLOF GARANDEREN, IS INVESTEREN IN WELZIJN.
7 december 2010
Reactie op 2 onderstaande artikelen.

We betreuren dat de ministerraad van de Europese Unie zich gekeerd heeft tegen een langer ouderschapsverlof voor moeders en voor vaders. De verlenging van het betaalde verlof zou te duur zijn voor de overheden en het bedrijfsleven, vooral in tijden van besparing. Het Europees Parlement had voorgesteld om het zwangerschapsverlof op te trekken van 14 tot 20 weken. De commissie heeft onder leiding van Joëlle Milquet een compromisvoorstel ingediend, volgens hetwelk het verlof 18 weken duurt, maar niet volledig betaald wordt. Uit ervaring weten we dat een niet volledig betaald verlof door velen omwille van de financiële situatie niet kan opgenomen worden. VCD betreurt die beslissing en hoopt alsnog op een volledig subsidiëring van die 18 weken. De eerste 6 maanden van de opvoeding zijn cruciaal voor een goede band tussen moeder en kind. Hierbij krijgen de vrouwen de kans om langer borstvoeding te geven, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt.

Minister Vandeurzen stelde vorige maand in een artikel in de Standaard (6 november ‘Almaar meer zorg kan ook niet’) dat het aantal ontspoorde jongeren, jongeren in problematische gezinssituaties en jongeren met psychiatrische en gedragsproblemen fel toeneemt. Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens geeft hem gelijk. “Als zoveel jongeren problematisch gedrag vertonen, schort er iets aan de ‘opvoedingscapaciteit’ van de gezinnen én van de samenleving in haar geheel. Opvoedingsondersteuning ontwikkelen zoals Vandeurzen doet, is prima. Maar de gezinnen en de samenleving moeten zichzelf ook kritisch durven bekijken. Blijkbaar hebben we afgeleerd hoe jongeren goed op te voeden. Wat doen we fout?... En gezinnen hebben recht op kinderopvang. Wachtlijsten voor jongeren in moeilijkheden zijn onaanvaardbaar”.

Mag VCD hierop ingaan? Is het niet omdat we onze jonge moeders voltijds op de arbeidsvloer beschikbaar willen hebben, dat de ‘opvoedingscapaciteit en -kwaliteit’ effectief daalt. Opvoedingsondersteuning is heel goed, maar wat als die moeders weinig beschikbaar zijn, en dat reeds wanneer hun kind amper 3 maanden is? De moeder zelf is dan de beste opvoedster en moet zoveel mogelijk in haar taak ondersteund worden.  Dat kan onder andere door haar recht op voldoende ouderschapsverlof te geven. Ook de Gezinsbond pleit hiervoor (Antwoord op reactie langer moederschapsverlof door Roger Pauly - 21 oktober 2010).

Hoe belangrijk een goede hechting tussen moeder en kind is, wordt door psychologen bevestigd. Lees daarover ook een recent dossier van kind en gezin (
KLIK). Wanneer dat mank loopt, treden er gedrags- en identiteitsproblemen op. Gezinnen komen onder druk te staan en relaties geraken verstoord. Kinderopvang is geen recht maar kinderen hebben recht op hun moeder! Alle moeders vinden het heel confronterend om hun kind zo jong naar de opvang te moeten brengen, maar er worden weinig alternatieven geboden door de overheid. In Zweden zijn de moeders een jaar thuis en nadien kunnen ze nog een hele arbeidscarrière opbouwen.

Mag ik een raad geven aan Minister Jo Vandeurzen en Minister Joëlle Milquet? Investeer in de jonge gezinnen in plaats van in kinderopvang, zodat de opvoedingscapaciteit verbetert. De ouders  zullen dan meer gezonde kinderen kunnen afleveren, die opgroeien in warme gezinnen. En de wachtlijsten voor jongeren in moeilijkheden zal dalen. Dat vergt wel een grondige koerswijziging.



ANTWOORD OP REACTIE LANGER MOEDERSCHAPSVERLOF
21 oktober 2010, Roger Pauly, Algemeen Voorzitter van de Gezinsbond

"Belgische regering moet actieve rol spelen in onderhandelingen langer moederschapsverlof."
Een meerderheid van de Vlaamse moeders vindt het moederschapsverlof van 15 weken te kort, zo bleek uit een recent grootschalig onderzoek in opdracht van Kind en Gezin. De Gezinsbond is dan ook blij dat het Europees Parlement zich heeft uitgesproken voor 20 weken volledig betaald moederschapsverlof, iets waar wij zelf sterk voor gepleit hebben.

Wij bedanken de Europarlementsleden, die ondanks grote tegenwind, dit voorstel toch ondersteund hebben en verwachten van de Europese Ministerraad de bekrachtiging van dit voorstel.

De verlenging van het moederschapsverlof zou voor de Belgische moeders 5 weken extra betekenen. De vergoeding aan 100 % van het loon zou in de plaats van 75 % van het geplafonneerde loon komen.

Als de richtlijn er effectief doorkomt, zal België, dat aan de staart van Europa bengelt voor wat de duur van het moederschapsverlof betreft, eindelijk aan moeders en baby’s de rust geven die in de meeste landen allang evident is. Meer vrouwen zullen de kans krijgen om borstvoeding te geven tot 6 maanden, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt. En natuurlijk is een langer moederschapsverlof ook gewoon goed voor de band tussen moeder en kind.

De Gezinsbond vindt niet dat de extra weken moeten gecompenseerd worden door andere verloven. Dat zou betekenen dat vrouwen die moeder zijn minder recht krijgen op andere types verlof dan andere werknemers. Moederschapsverlof is het enige soort verlof waar àlle werkneemsters recht op hebben en dat voldoende inkomen garandeert tijdens de verlofperiode. Ouderschapsverlof is voor vele ouders géén alternatief omwille van de lage vergoeding en de vereiste van 1 jaar anciënniteit bij dezelfde werkgever. Tijdskrediet is nog ontoegankelijker door een nog lagere vergoeding en vele andere beperkingen, afhankelijk van de functie en de bedrijfsgrootte.

Langere verlofperiodes zijn niet per se schadelijk voor de carrière van vrouwen, dat bewijzen de Scandinavische landen, die nog langere verlofperiodes toekennen. “Als een beroepscarrière gemiddeld meer dan 40 jaar moet duren, ook voor vrouwen, moet men niet flauw doen over enkele weken die een moeder thuis kan doorbrengen met haar pasgeboren kind. Men moet ze die van harte gunnen.”, zegt Roger Pauly, algemeen voorzitter van de Gezinsbond.

Wij rekenen op een positieve stem van onze federale regering in de verdere onderhandelingen in de Europese Ministerraad zodat de beslissing van het Europees Parlement zo snel mogelijk omgezet wordt in een richtlijn.

Beluister
HIER de mondelinge toelichting van Roger Pauly, Algemeen Voorzitter van de Gezinsbond.

 

ALMAAR MEER ZORG KAN OOK NIET
zaterdag 06 november 2010  -  Guy Tegenbos - De Standaard

Het was weer niet de beste week voor minister van Welzijn Jo Vandeurzen. Een jongerenbende die een Chirogroep in elkaar knuppelt. Een psychisch zieke jongere die in een gesloten instelling een opvoedster neersteekt. Onaanvaardbare tekorten in de opvangmogelijkheden voor die jongeren. En even grote en pijnlijke tekorten blijken ook nog altijd te bestaan in de kinderopvang. En in de opvang van personen met een handicap.Je ziét Jo Vandeurzen dan lijden.

Niemand betwist dat hij het goed meent. Niemand betwist dat het beleid dat hij uittekent voor de diverse welzijnssectoren, op goede sporen zit.

Hij belooft ook voortdurend een verdere uitbreiding van de opvangcapaciteit en slaagt erin van zijn collega's redelijk wat geld los te wrikken daarvoor.

Maar hoe nodig die uitbreidingen van de zorg ook zijn, ze zullen niet volstaan. De samenleving moet ook kritische vragen durven te stellen over en aan zichzelf. En de welzijnszorg moet zichzelf meer bevragen over zijn efficiëntie.

Wat is er aan de hand bij de jongeren? Het aantal ontspoorde jongeren, en het aantal jongeren in problematische gezinssituaties, en het aantal jongeren met psychiatrische en gedragsproblemen nemen fel toe.

Dit vergt meer opvangmogelijkheden. Zeer zeker. En dringend. Maar er is meer nodig.

Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens heeft gelijk. Als zoveel jongeren problematisch gedrag vertonen, schort er iets aan de 'opvoedingscapaciteit' van de gezinnen én van de samenleving in haar geheel. Opvoedingsondersteuning ontwikkelen zoals Vandeurzen doet, is prima. Maar de gezinnen en de samenleving moeten zichzelf ook kritisch op de rooster durven te Blijkbaar hebben we afgeleerd hoe jongeren goed op te voeden.

leggen. Wat doen we fout? Dat is geen rechtse of geen linkse vraag; dat is de essentiële vraag.

Ook in andere domeinen, zoals de kinderopvang en de zorg voor personen met een handicap, is een uitbreiding van de zorgcapaciteit nodig. Zonder enige twijfel.

Een zieke wordt verzorgd als hij zich aanmeldt; budget of geen budget. Een persoon met een handicap laten we in de kou staan als het budget toevallig op is als hij aanklopt. Dat is niet langer aanvaardbaar: personen met een handicap hebben ook een absoluut zorgrecht. En gezinnen hebben recht op kinderopvang. Wachtlijsten voor jongeren in moeilijkheden zijn onaanvaardbaar.

Er is dus meer geld nodig. Veel meer. Maar geld is ook niet eindeloos beschikbaar. De welzijnszorg doet al veel met weinig geld. Men mag hem niet verwijten onefficiënt te werken. Maar men mag van hem wel eisen voortdurend op zoek te gaan naar 'kostenefficiëntere' vormen van opvang en zorg. Het is dringend nodig 'de economie van de welzijnszorg' te ontwikkelen.