terugkeren>>

 
 

Peter Cuyvers

Een gereformeerde minister die de klassieke katholieke oproep ‘Gaat heen en vermenigvuldigt U’ uitspreekt… zo verbaasden zich enkele commentatoren. In vrijwel elk praatprogramma werd er aandacht aan besteed, soms lacherig, vaak ook kribbig. Het was nog meer ‘betutteling’, de minister wilde zich bemoeien met het slaapkamergebeuren, wist blijkbaar niet dat bevolkingspolitiek onmogelijk was, enzovoort. Met alle respect, dit type reactie is echt achterhaald.

Van uitstel komt afstel

Waar het vandaag de dag om gaat is dat de situatie voor vrouwen in het tegendeel is: ze krijgen minder kinderen dan ze eigenlijk willen. Nederland is wereldwijd koploper wat de oudere moeders en vaders betreft. Gynaecologen waarschuwen al jaren dat kans op kinderen sterk daalt rond het dertigste levensjaar. Let wel, intussen ligt de gemiddelde leeftijd voor het eerste kind op dertig jaar, de helft van de vrouwen moet dus na hun dertigste nog beginnen. Het resultaat is dan ook dat van dit uitstel steeds vaker afstel komt.

Meer dan de helft van de kinderloze paren is dat onvrijwillig, meer dan de helft van de paren met een enkel kind had er liever nog een bij gehad. Het resultaat is een simpele optelsom: de vrouwen met nul of een kind zijn samen al bijna 40 procent van de bevolking, de helft van hen, een op de vijf vrouwen, had graag nog een kind gewild, maar krijgt dat niet. Dat is meer dan 30.000 gewenste kinderen per jaar die er dus niet komen. Vrijwel precies het verschil tussen de 1,7 en 2,1 van het vervangingsniveau.

Te weinig voorzieningen

Waar het om gaat, er is een enorme groep burgers met een kinderwens die door de politiek wordt gefrustreerd. Het late ouderschap heeft alles te maken met het lage niveau van voorzieningen voor jonge ouders. Dat blijkt uit tal van studies over de moderne levensloop, die we kort kunnen samenvatten als de hordeloop naar het ouderschap. Jonge paren die samen kinderen willen krijgen, weten immers maar al te goed wat hen te wachten staat: hoge kosten, onbetaalbare huizen, lange wachtlijsten voor kinderopvang, geen of onbetaald ouderschapsverlof. En het zijn de hoogst opgeleide vrouwen die de zwaarste keuze moeten maken, het langst uitstellen en dat moeten bekopen met een kinderloosheid van meer dan een kwart. Het is natuurlijk politiek zeer incorrect, maar voor een kenniseconomie is het niet echt verstandig om juist diegenen weg te gooien. En het hoeft ook niet, want in een land als Noorwegen waar het mogelijk is studie en gezin te combineren, is er geen verschil in kinderloosheid tussen hoger en lager opgeleiden.

Nederland heeft echter in de afgelopen jaren verzuimd te investeren in datgene wat ik de ‘infrastructuur voor ouderschap’ zou willen noemen. Waarom hebben we wel een Innovatiefonds voor de ‘hardware’ van onze economie, maar geen fonds om te investeren in de ‘software’, in de mensen? Het obligate antwoord is dan – na het lachen en de politieke correctheid – dat het ‘niet werkt’, dat je als overheid geen invloed mag/kunt uitoefenen ‘in de slaapkamer’. Maar ook dat is een argument uit de oude doos. Op Europees niveau wordt er al jaren door verschillende landen een actief beleid gevoerd.

De kern van dit beleid is kort samen te vatten als ‘vertrekpunt ouders’. De overheid maakt geen – meestal ideologisch gestuurde! – keuze tussen de drie klassieke instrumenten geld (kinderbijslag), voorzieningen (kinderopvang) en tijd (ouderschapsverlof), maar verstrekt ze alledrie. Een recente studie in tien West-Europese landen liet zien dat er meer kinderen worden geboren, indien de staat een groter aandeel van het budget besteedt aan jeugd en gezin. De belangrijkste variabele daarbij was de keuzevrijheid die ouders kregen tussen de participatie aan werk of gezin (Kaufmann en Künzler 2002). En dat is maar een van de tientallen nationale en internationale wetenschappelijke studies in de periode tussen 1990 en 2006 die de relatie tussen ‘gezinsvriendelijk beleid’ en hogere vruchtbaarheid aantoonden (Gauthier, 2007).

Internationaal erkend probleem

Waar het om gaat, elk gezin is anders, heeft een unieke mix nodig van tijd, geld en opvang om optimaal te functioneren. Maar op dit moment hebben Nederlandse aanstaande ouders die mix aan steun (geld, opvang, tijd) nadrukkelijk veel te weinig! Dat is al een probleem op zich en een probleem dat aantoonbaar de kinderwens van veel jonge paren ‘temporiseert’ tot het te laat is.

Wat blijkt: met de heropening van de discussie door gezinsminister Rouvoet is er geen neochristelijk offensief gestart, maar een internationaal erkend probleem van de moderne samenleving aangekaard. Ten tweede gaat het niet om een actie die vrouwen tot iets moet dwingen wat ze niet willen. Het moet juist de jongste generaties vrouwen meer ruimte geven om hun grootste wens te realiseren.

Peter Cuyvers is directeur van adviesbureau Family Facts