terugkeren>>

 
  Ed Arons

Zijn kantoor bevindt zich aan het Haagse Parnassusplein, tussen alle moderne nieuwbouw bij het Centraal Station. De afspraak is vervroegd, want André Rouvoet moet op de laatste dag voor het zomerreces nog debatteren met de Tweede Kamer. Daar ziet hij niet tegenop. Integendeel. Als programmaminister voor Jeugd en Gezin voelt hij zich een soort ombudsman. “Ik kan in de hele breedte van het kabinet meekijken en overal waar het nodig is mijn vinger opsteken en mijn invloed uitoefenen in het belang van jeugd en gezin.” Een vorm van gezinseffectrapportage, stelt hij. “Als in de ministerraad over de aanpak van wijken wordt gesproken, dan vraag ik aandacht voor de gezinnen in die wijken. Alles wat raakt aan kinderen, daar zit ik bij. Ik houd overal de vinger aan de pols.”


Prominentie
Volgens Rouvoet is zijn ministerie beslist geen speeltje van de ChristenUnie, maar een prioriteit van het hele kabinet. Het is “de uitdrukking van het feit dat het gezin en de jeugd in het gezin weer een plek krijgen waar de samenleving baat bij heeft”, en “een welbewuste keuze deze terreinen zo’n prominente positie te geven”.

Hij wil het regeerakkoord uit zijn bureau halen, maar dat heeft hij al afgesloten. Een parafrase: “Ik heb een paragraaf geschreven in het coalitieakkoord waarin ik de waarde van het gezin aangeef voor de samenleving, als plaats waar waarden en normen worden overgedragen. Die tekst is niet uit de lucht komen vallen. Als het kabinet daarachter staat, moeten we ouders ook de ruimte geven, ook de financiële ruimte, een goede balans te vinden tussen werk en gezin.”


Gezinnen
Toch lijkt het of het nieuwe ministerie veel doet aan jeugd, en aan het gezin waarin die jeugd opgroeit amper toekomt. Rouvoet: “Dat lijkt misschien in de beleidsnotitie van het kabinet, die van de 100 dagen. Maar inmiddels ligt er bij de Kamer mijn eigen beleidsprogramma. Daarin staat wat we op dit nieuwe ministerie de komende jaren gaan doen. Zo staat in het beleidsplan dat er kindgebonden budget komt, verlenging van het ouderschapsverlof en maatregelen voor starters op de woningmarkt. Allemaal elementen die het gezin in het algemeen ondersteunen.”

Maar is de druk vanuit de overheid om moeders op de arbeidsmarkt te krijgen niet vele malen groter? “Ikzelf hecht aan arbeidsparticipatie”, reageert Rouvoet, “ook voor vrouwen die na de opvoeding weer graag willen werken. Maar in de formatiebesprekingen heb ik erop aangedrongen dat we een balans moeten aanbrengen tussen arbeidsparticipatie en gezinsvriendelijk beleid. Ouders moeten de ruimte hebben niet beiden te werken of beiden slechts een deel.”

Volgens hem biedt het kindgebonden budget daartoe een reëel alternatief, vooral in grotere gezinnen. “Momenteel is er een gezinskorting. Of je nu één kind hebt of vier, dat maakt niet uit. En lage inkomens kunnen die korting niets eens verzilveren. Per 1 januari gaan we dat veranderen. En weer een jaar later krijg je ook voor kind twee, drie of vier een kindgebonden budget. Hoeveel, dat moet ik nog vaststellen. Het betekent dat grotere gezinnen aanzienlijk meer ruimte krijgen.”



Homoadoptie
Vorige week keurde de Tweede Kamer wetgeving over de adoptie van buitenlandse kinderen door homostellen goed. Waar was de christelijke minister voor het gezin, die als fractieleider altijd zo principieel was?

Rouvoet wijst erop dat bewindslieden geen mededelingen doen over het kabinetsberaad. Maar hij licht wel toe dat dit onderwerp nog onderdeel was van het vorige kabinet en dat zijn fractie heeft tegengestemd. “Over een nieuw voorstel op dit terrein zal ik in de ministerraad mijn zegje wel doen.”


Opvoedcentra
In de debatten vorige week waren het vooral de Centra voor Jeugd en Gezin waarover vragen kwamen. Bij velen leeft de vrees dat de overheid op een onaanvaardbare manier binnendringt in het privéleven van gezinnen en de taak van de ouders overneemt. Rouvoet is hierover duidelijk: “Opvoeden is een taak van de ouders. Niet van de overheid. SGP-voorman Bas van der Vlies zegt: geen overheidsbemoeienis als het niet nodig is. Dat vind ik ook. De centra zijn een bundeling van de instanties die zich nu al met jeugd en gezin bezighouden. Onder meer de huidige consultatiebureaus. Maar ook die nemen de taak van de ouders niet over. Het gaat daar en tijdens huisbezoek niet alleen over de oogjes of de oortjes van het kind. Maar ook over ‘hoe pak je dat nu aan?’. Zoals ook al gebeurt bij de kraamhulp.”

En het schrikbeeld van sommigen dat de centra werken als een soort Big Brother? “Wat ik wil is dat wat op diverse plaatsen nu al gebeurt, overal gaat gebeuren: de risico’s voor de opvoeding inventariseren. Uit rapporten blijkt dat langdurige werkloosheid zo’n risicofactor is. Betekent dat dat iemand dan zijn kinderen mishandelt? Nee, maar het kán een factor zijn.”

Op de vraag of het grote aantal uren dat hij bezig is met zijn nieuwe taak ook telt als risicofactor, moet de nieuwe minister lachen. “Mij is destijds vanuit het consultatiebureau wel gevraagd of we een stabiele relatie hadden, maar dat was jaren eerder.”


Echtscheiding
De eerste wet van de nieuwe minister betrof een verplicht ouderschapsplan voor mensen die gaan scheiden. “De rechter spreekt geen echtscheiding uit als er geen ouderschapsplan is.” Na twintig jaar versoepeling van echtscheiding, ziet Rouvoet een kentering. “Dat we als overheid niet langer zeggen: dat gaat ons niet aan, daar bemoeien we ons niet mee. We willen dat er overeenstemming is tussen de ouders hoe zij na de scheiding met hun kinderen omgaan. Maar zelfs als er geen kinderen zijn, willen wij niet zomaar een administratieve scheiding. Want dat zou betekenen dat de overheid er wel is bij het begin, maar aan het eind zegt: stuur maar een briefje aan het gemeentehuis en dan is het klaar. Iemand heeft eens gezegd: achterin het trouwboekje doe je een formulier voor als het fout gaat. Met heel symbolisch de tekst ‘hierlangs afscheuren’. Zo kan het dus niet.”


Drang en dwang
Kan het een risicofactor zijn wanneer een kind opgroeit in een fundamentalistisch gezin, islamitisch of christelijk? De minister is weer heel stellig. “Daar is geen sprake van. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding, daarvoor stellen we geen inhoudelijke normen. Dat is aan de ouders. Maar als het fysieke of psychische belang van het kind in het spel is, hebben we een mogelijkheid in te grijpen. Als ultieme remedie.” Wanneer dat moet gebeuren? “Dat is de vraag, daar ligt de spanning.”

Voordat dwang wordt aangewend, is er eerst het traject van de drang, waar Rouvoet het meeste heil in ziet. Hij gaat hiermee zelfs in tegen druk uit de Kamer eerder tot dwang over te gaan. “We gaan opvoedingsondersteuning aanbieden aan gezinnen die dat goed kunnen gebruiken. Pas als ouders dat ontlopen, gaan we aandringen. En als ze dan echt niet willen, kom je in het stadium van dwang. Dwang reserveren we voor die gevallen dat ouders echt niet mee willen werken en het kind eraan onderdoor dreigt te gaan. Dan grijpen we in. Dan kunnen we zeggen: als u niet deelneemt, wordt uw kind uit huis geplaatst. Maar dan hebben we het over de zwaarste vorm: als er een (voorlopige) ondertoezichtstelling door de rechter is uitgesproken. Ze moeten zich realiseren dat de cursus hen toerust de opvoeding weer zelf ter hand te nemen.”

Het nieuwe ministerie voor Jeugd en Gezin is te vinden via www.jeugdengezin.nl