terugkeren>>

 
  zaterdag 22 november 2008
De Standaard

Partners voor het leven

MAG EEN GEZINSBELEID STREVEN NAAR DUURZAAMHEID?


Aan initiatieven voor scheidende partners - een echtscheidingsbeurs bijvoorbeeld - is er geen gebrek. Pol De Wilde
©†Pol De Wilde - Corelio


Elf onderzoekers van het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen vinden het niet meer dan terecht dat partners die scheiden en hun kinderen ondersteund en geholpen worden. Maar er mag best ook wel wat meer energie gaan naar het instandhouden van duurzame relaties.

Bemiddelaars richten een scheidingsschool op. Een pedagogisch expertisecentrum start een website op om aan kinderen recht te doen bij de overgang van samenleven in gezinsverband naar scheiding van de ouders. Gezinspsychologen zoeken samen met gezinsorganisaties naar het recept van de goede scheiding. De Vlaamse overheid investeert veel middelen voor hulp in situaties waarin er relationele problemen zijn, en treft allerlei maatregelen om eenoudergezinnen, nieuw-samengestelde gezinnen, en individuele personen die problemen hebben met het realiseren van de kinderwens zoveel mogelijk te helpen.

Deze initiatieven zijn waardevol en beantwoorden aan reŽle behoeften. We betwisten dat niet. We hebben er wel een probleem mee dat deze instanties vaak uitgaan van de vanzelfsprekende onvermijdelijkheid dat partnerrelaties niet voor het leven mogen/kunnen zijn en dat mensen noodgedwongen moeten zoeken naar oplossingen voor de kinderen die wel verbonden zijn en blijven met de ouders.

Zijn er dan geen argumenten voor een preventief en ondersteunend beleid voor duurzaamheid in relaties? We menen van wel.

De meeste mensen verlangen naar duurzame intieme relaties. Als relaties op de klippen lopen, gaat men meestal opnieuw op zoek naar de 'ware' relatie.

Maatschappelijk is er veel aandacht voor de rechten van kinderen, maar deze aandacht is nogal selectief. We weten dat kinderen een diep verlangen hebben naar samenleven met de ouders die zelf ook samenleven, en nood hebben aan een onvoorwaardelijke geborgenheid in stabiele gezinsrelaties. Het is vrijwel algemeen aanvaard dat ouders omwille van de kinderen niet moeten samenblijven, dat het beter is voor de kinderen dat ouders die het niet meer samen zien zitten, uit elkaar gaan. Geven we als samenleving voldoende aan dat mensen die denken aan kinderen verantwoordelijkheden voor het leven opnemen? Durven we voldoende aan ouders zeggen dat ze omwille van de kinderen alles moeten doen om het gezinsverband en de kwaliteit ervan in stand te houden en dat ze daarvoor op de steun van de samenleving en beleid kunnen rekenen?

Bij scheiding van de ouders ervaren kinderen - ondanks alle aandacht voor hen - het feitelijk recht van de sterkste. Ook krijgen ze de boodschap mee dat conflicten tussen mensen, ondanks alle dure eden, een reden zijn om uit elkaar te gaan, en dat deze niet in de relatie dienen opgelost te worden. Belasten we onze kinderen niet met het oplossen van onze onoplosbare problemen? Als partners niet kunnen samenblijven, mogen ze uit elkaar gaan, maar voor de kinderen betekent het pendelen tussen de twee en erop vertrouwen dat de ouders er voor hen altijd zullen zijn. Maar waarom zou het kind dat laatste geloven? Waarom steunen we ouders niet meer in het leren overwinnen van problemen in hun relatie, die daardoor zelfs versterkt kan worden? Waarom leren we kinderen en jongeren niet het geloof in duurzame relaties? We vinden het vanzelfsprekend dat kinderen zouden geloven in een samenleving vol diversiteit waarin verschillen tussen mensen juist gecultiveerd worden. Als kind leren we hen feitelijk dat verschillen redenen zijn om uit elkaar te gaan.

Louter vanuit maatschappelijk oogpunt, vormt een tekort aan preventieve en ondersteunende beleidsmaatregelen voor duurzame relaties, een bedreiging voor de toekomst. Naast de tijd en energie die kinderen en jongeren moeten investeren in relationele problemen, wordt ook veel energie en tijd van de volwassenen gestoken in het organiseren van het 'niet-samenleven'. Overeenkomstig investeert de overheid veel tijd, energie en middelen in het organiseren van steun bij dit 'niet-samenleven'.

Inzake gezinnen lijkt iedereen (en terecht) als het ware overtuigd te zijn van de noodzaak van een degelijk 'recyclagebeleid' Een visie op een preventief beleid dat inzet op het bevorderen van relationele duurzaamheid, op rationeel omgaan met relationele 'grondstoffen' en de relationele voetafdruk wil beperken, is dringend nodig!



Guido Carrette, Jan Casaert, Bob Cools, Marianne Deboodt, Jan Degadt, Joris Dewispelaere, Gaby Jennes, Manu Keirse, Tanja Nuelant, Marleen Vanlaethem en Hans Van Crombrugge.

De ondertekenaars zijn allemaal verbonden aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.