terugkeren>>

 
  Het is vaderdag. Juf Ethel zet haar kinderen van het zesde leerjaar aan het knutselen zodat ze hun papa's kunnen verrassen. Maar in de klas zit een kind dat geen vader heeft, en een ander kind dat twee papa's heeft. Hoe ga je daar als leerkracht mee om? En hoe maak je de andere kinderen duidelijk dat 'andere' gezinssituaties in onze huidige samenleving normaal zijn?

Veel leerkrachten voelen de nood om met hun leerlingen over 'nieuwe gezinsvormen' te praten, maar voelen zich onzeker. De studenten van de opleiding lager onderwijs en grafische en digitale media van de Arteveldehogeschool ontwikkelden daarom een website, waarop de leerkrachten lesmateriaal vinden om in de klas te werken rond het thema.

Het project werd gefinancierd door de Vlaamse minister van Gelijke Kansen, Kathleen Van Brempt (SP.A).

'Vandaag groeien veel kinderen op in gezinnen waar geen vader of moeder is, of twee papa's. We staan daar echter nog te weinig bij stil', zegt de minister.

Twintig tot vijfentwintig procent van de kinderen wordt geconfronteerd met een echtscheiding. Als het kind bij zijn vader gaat wonen, is de kans groot dat hij in een nieuw samengesteld gezin terecht komt. Als het kind bij zijn moeder woont, is de kans groot dat hij in een eenoudergezin opgroeit.

'Dat is een maatschappelijk fenomeen dat niet neutraal is', zegt Van Brempt. 'Jonge kinderen die opgroeien in een niet-klassiek gezin, botsen nog al te vaak op onverdraagzaamheid. Ze worden door andere kinderen op school gepest, omdat ze anders zijn. Daarom is het belangrijk dat we kinderen op zo vroeg mogelijke leeftijd en op een sociaal intelligente manier leren omgaan met diversiteit.'

Een belangrijke taak is weggelegd voor het onderwijs. 'Kinderen die een negatief zelfbeeld hebben, ondervinden moeilijkheden bij het ontwikkelen van competenties. Leerkrachten hebben een belangrijke taak als opvoeder. Ze kunnen de kinderen waarden leren en begrip en respect bijleren. Dat kan door het thema van nieuwe gezinsvormen bespreekbaar te maken in de klas, zodat het voor de kinderen een gewoonte wordt', zegt Veerle Amelinckx van de Arteveldehogeschool, die de website mee ontwikkelde.

Voor elke graad staan op de website drie lespakketten, waarmee de leerkrachten aan de slag kunnen. 'We hebben geprobeerd om niet de verschillen in gezinnen te benadrukken, maar op zoek te gaan naar gelijkenissen. Een nieuw samengesteld gezin hoeft niet beter of slechter te zijn dan een eenoudergezin.'

Het voordeel van het lessenpakket is dat het in elke graad kan worden herhaald. 'Alleen door herhaling zullen de kinderen andere gezinsvormen als normaal beschouwen.'

Ze vindt het wel spijtig dat het lesmateriaal - handboeken en kinderboeken - in het lager onderwijs nog al te vaak uitgaat van het klassieke gezin. 'Het klassieke gezin domineert nog steeds in verhaaltjes, zelfs in vraagstukken. Er zijn ook te weinig kinderboeken die een niet-klassiek gezin portretteren.'

Een grote verantwoordelijkheid ligt ook bij de ouders. 'Wat de kinderen thuis aan tafel horen, daar hebben wij geen vat op', zegt Amelinckx. 'Het kan zijn dat conservatieve ouders hun kinderen met stereotiepen blijven opzadelen en kwaad spreken over bijvoorbeeld een eenoudergezin, en dat de kinderen daardoor verward raken. Wij beseffen dat onze impact klein is. Maar we bieden op zijn minst een tegengewicht.'

www.nieuwegezinsvormen.be